Kledingkast omzetten naar de zomer: de fouten die de meeste ruimte kosten

De kledingkast omzetten voor de zomer lijkt simpel, maar de meeste mensen maken dezelfde fout: ongewassen kleding opbergen. Zo pak je het wel goed aan.

Kledingkast omzetten naar de zomer: de fouten die de meeste ruimte kosten

Half juli, de kast zit nog vol met dikke truien terwijl het buiten vijfentwintig graden is, en je vindt je zomerjurkjes niet terug omdat ze onderin een verhuisdoos liggen sinds april. Dat is het moment waarop de meeste mensen eindelijk de knoop doorhakken en de kledingkast omgooien voor de zomer — en het is ook precies het moment waarop de meeste fouten worden gemaakt, omdat iedereen dan haast heeft.

Waarom juli het beste moment is

Veel mensen wisselen hun kast om in mei, wanneer het weer nog onvoorspelbaar is, en halen dan in juni alle winterkleding weer half terug omdat het toch nog een keer kouder wordt. Juli is eigenlijk het eerlijkste omslagpunt: de kans op een koude week is voorbij, de vakantie staat voor de deur en je weet precies welke zomerkleren je dit seizoen daadwerkelijk draagt. Beter is dan ook: wacht met de definitieve wissel tot half juli, en gebruik de eerste warme weken van mei en juni om te testen wat je echt aantrekt in plaats van alles blind om te draaien op basis van de kalender.

Sorteer voordat je iets opbergt

De grootste tijdverspiller is spullen opbergen die je toch nooit meer aandoet. Leg alles uit de kast op bed of op de bank, en verdeel het in drie stapels: kleding die je volgend jaar zeker weer draagt, kleding waar je over twijfelt, en kleding die eigenlijk al twee winters ongebruikt in de kast hing. Die laatste stapel gaat niet mee terug de kast in — die gaat naar een kledingcontainer, naar een kringloopwinkel in je eigen buurt, of naar een ruilkastje bij je buren. Vermijd de instinctieve reactie om twijfelgevallen toch maar te bewaren "voor de zekerheid": een trui die je dit jaar niet hebt aangeraakt, raak je volgend jaar ook niet aan.

Vacuümzakken of IKEA Skubb-dozen?

Voor dikke winterjassen en dekbedden werken vacuümzakken het beste, simpelweg omdat ze het volume met zeker de helft verkleinen en dat scheelt enorm in een kast die toch al krap is. Een set van vier zakken kost bij de Action of Blokker meestal tussen de acht en vijftien euro, en die investering verdien je in ruimte meteen terug. Voor een donzen winterjas is dat overigens niet altijd een goed idee: extreme compressie in een vacuümzak kan de donsvulling na een paar maanden beschadigen, en dan verlies je precies het isolerend vermogen waarvoor je de jas ooit kocht. Voor truien, sjaals en gebreide vesten is de IKEA Skubb-doos, rond de vijf euro per stuk, juist praktischer dan vacuümzakken, omdat wol in een vacuümzak na een paar maanden een vage, ingesloten geur krijgt die pas na twee wasbeurten weer weggaat. Niet nodig is een compleet nieuw opbergsysteem kopen als je al dozen hebt liggen — een oude schoenendoos met een laagje vloeipapier doet voor sjaals precies hetzelfde werk als een designdoos van twintig euro. Waar het wel op aankomt, is dat elke doos een label krijgt met tenminste het seizoen en een korte inhoudsomschrijving, want een stapel van acht identieke grijze dozen zonder opschrift is over vier maanden een compleet raadsel. En reken op zeker een halfuur voor het labelen alleen al, tijd die je in oktober vele malen terugverdient.

De fout die de meeste ruimte kost

Was alles voordat het de opslag ingaat.

Winterkleding ongewassen opbergen is de meest onderschatte fout van het hele proces. Onzichtbare zweet- en huidresten trekken in de zomer motten aan, en tegen de tijd dat je de doos in oktober weer opent, zitten er gaatjes in een trui die er in juni nog perfect uitzag. Bovendien neemt gewassen kleding, netjes opgevouwen of gewoon plat gestapeld, merkbaar minder ruimte in dan kleding die half verkreukeld de kast in werd gepropt. Een lavendelzakje tussen de gevouwen truien houdt motten op een natuurlijke manier op afstand, en dat werkt beter dan de chemische mottenballen die bovendien een geur achterlaten die weken in de stof blijft hangen.

Geen berging? Denk verticaal, niet horizontaal

In een huurwoning zonder aparte berging is de ruimte boven de kledingkast vaak de enige plek die het hele jaar door leegstaat. Een stevige krat van vijftig bij vijftig centimeter past daar meestal precies, en met een label aan de zijkant weet je na de zomer meteen wat erin zit zonder alles eruit te hoeven halen. Onder het bed is de tweede optie, maar dan wel met platte vacuümzakken en niet met dozen — dozen onder het bed verzamelen stof en zijn lastig te bereiken zodra er ook een stofzuiger onder ligt. Bedden met een opbergla erin lossen dat probleem meteen op, al kost zo'n bed al snel honderden euro's meer dan een standaardmodel. Een reëel overzicht houden lukt het beste met precies twee opslagplekken, niet vijf verspreid door het huis: kies de kast boven de kledingkast voor winterjassen en dekbedden, en de ruimte onder het bed voor de rest. Vermijd in ieder geval de garage of de zolder als die niet vochtvrij is — daar duiken schimmelplekken op kleding sneller op dan de meeste mensen verwachten, en die krijg je met geen enkele wasbeurt meer volledig weg.

Wat een goed systeem kost

Reken voor een compleet seizoenswissel-systeem — vier vacuümzakken, twee kratten met deksel en een pak lavendelzakjes — op ongeveer vijfendertig tot vijftig euro, eenmalig. Dat klinkt als een uitgave voor iets wat "vanzelf" ook wel gaat, maar vergelijk het met de kosten van een extra kledingkast erbij, al snel tweehonderd euro, en dan is het verschil meteen duidelijk. Vermijd goedkope zakken zonder stevige ritssluiting: die scheuren binnen een seizoen en dan lig je met kapotte plastic snippers tussen je dekbedovertrekken.

Ook schoenen en tassen wisselen mee

De focus ligt meestal op kleding, maar winterlaarzen en dikke sjaals nemen in verhouding nog meer kastruimte in dan een trui. Zet winterlaarzen in een stevige kunststofbak met deksel, het liefst doorzichtig, zodat je in oktober niet drie bakken hoeft open te maken voordat je de juiste vindt. Zomerslippers en sandalen kunnen prima op een laag rek onderin de kast, zichtbaar en binnen handbereik, want dat zijn nu net de schoenen die je impulsief pakt op weg naar het terras. Een leren tas die je alleen in de winter gebruikt, verdient een stofzak of oude kussensloop erover — leer dat een half jaar in een afgesloten plastic zak zit, gaat vaak vervelend ruiken en soms zelfs beschimmelen door de vochtigheid die niet weg kan.

Zomerkleding overzichtelijk terughangen

Met het opbergen ben je nog niet klaar: de omgekeerde kant, de zomerkleding weer terug de kast in hangen, verdient net zoveel aandacht. Hang overhemden en blouses op kleur bij elkaar in plaats van door elkaar, dan zie je in twee seconden of je die ene lichtblauwe blouse nog schoon hebt hangen of net in de was zit. Korte broeken en rokken liggen het handigst in een ondiepe lade, plat gevouwen, in plaats van op een hanger waar ze toch steeds afglijden. En laat gerust tien centimeter lege kastroede over: een kast die helemaal volhangt, is een kast waarin je 's ochtends niets meer terugvindt, hoe goed het systeem er ook uitziet.

Terugkijken na zes maanden

Als je in januari de kast weer omdraait naar de winterkleding, is dat meteen het beste moment om te zien of het systeem van juli heeft gewerkt. Lag alles droog en fris in de kratten, of rook de trui toch een beetje muf? Was de doos boven de kast makkelijk te pakken, of moest je een trapje halen elke keer dat je iets nodig had? Die twee vragen bepalen of je het systeem volgend jaar herhaalt of aanpast — en een systeem dat je elk half jaar een beetje bijstelt, werkt op de lange termijn altijd beter dan een dat in beton gegoten je hele huis blijft dicteren.